Maatwerk
In de therapie stemt de therapeut af op het
ontwikkelingsniveau van het kind en speelt in op de
behoeftes en gevoelens van het kind. Zo kan het accent in de
therapie liggen op: |
| ● |
het samen met het kind stilstaan bij het Ik: wie ben ik;
wat wil ik; |
| ● |
wat kan ik en wat voel ik |
| ● |
het leren grip krijgen op zijn eigen emoties |
| ● |
het sociale functioneren |
| ● |
cognitieve vaardigheden zoals planmatig werken. |
De therapeut heeft daarbij keuze uit een breed aanbod van
middelen, zoals bewegen, lichaamsgerichte oefeningen, spel, muziek,
ritme en creatieve materialen. De therapeut zet het middel in
waarmee het kind zich het beste kan uiten. De veilige therapeutische
omgeving en de deskundige reactie van de therapeut brengen een
veranderingsproces tot stand. Het kind krijgt de kans om nieuwe
ervaringen op te doen en/of negatieve ervaringen te verwerken.
Transfer
Samenwerking met ouders en anderen uit de leefomgeving van het
kind, ondersteunen het proces en zorgen ervoor dat ouders en kind
weer in staat zijn op eigen kracht verder te gaan.
Voor wie
Kinderen tot ongeveer twaalf jaar kunnen bij de psychomotorisch
kindertherapeut terecht. Wanneer een kind vast loopt in zijn
ontwikkeling kan zich dat uiten in één of van de volgende
gedragskenmerken:
| Sociaal/ emotioneel gedrag |
| ● |
agressief of teruggetrokken gedrag |
| ● |
moeilijk contact maken en/of onderhouden met volwassenen
of andere kinderen |
| ● |
(faal-)angst |
| ● |
gespannenheid |
| ● |
negatief zelfbeeld |
| ● |
affect-regulatieproblemen |
| |
|
| Cognitief gedrag |
| ● |
aandachts-, motivatieproblemen |
| ● |
planningsproblemen |
| ● |
impulsiviteit |
| ● |
informatieverwerkingsproblemen |
| |
|
| Bewegingsgedrag |
| ● |
problemen met motorische basisvaardigheden |
| ● |
onhandig, houterig bewegen/ te weinig lichaamsbesef |
| ● |
overbeweeglijkheid |
| ● |
passiviteit (leidend tot obesitas) |
| ● |
problemen met de fijne motoriek/ schrijfproblemen |
| |
|
| Kinderen kunnen vastlopen in
hun ontwikkeling ten gevolge van: |
| ● |
een stoornis, zoals AD(H)D, Autisme en aanverwante
diagnoses (ASS, Asperger, PDD-NOS, NLD, etc.),
hechtingsproblematiek en overige psychiatrische
aandoeningen. |
| ● |
een belemmering als gevolg van een traumatische
gebeurtenis in hun leefomgeving, zoals ziekte, verlies,
scheiding of sexueel misbruik. |
Contra-indicaties
Psychomotorische Kindertherapie binnen de ambulante hulpverlening is
niet geïndiceerd wanneer er duidelijk sprake is van een ernstig
psychiatrisch ziektebeeld, ernstig verstoorde gezinsomstandigheden
of de problematiek anderszins zeer complex of ernstig van aard is.
In dergelijke gevallen dient de psychomotorische kindertherapie
plaats te vinden binnen een multidisciplinair behandelteam. Zo nodig
wordt naar een passend alternatief gezocht en doorverwezen.
|